Wisseling van de wacht 6: Als het effe anders was geweest…
Het gaat me nog altijd door het hoofd. Niet alleen vakmatig, als onderwijskundige, maar ook persoonlijk, als ervaringsdeskundige en deelgenoot. Sommige ervaringen nestelen zich zo diep dat ze blijven meeklinken in alles wat je later ziet en denkt.
Mijn verhaal begint op de lagere school. Een jongensschool. In klas 6 – nu groep 8 – was er een selectie binnen de klas. Letterlijk zichtbaar gemaakt in rijen. Helemaal links zaten de slimme leerlingen. Zonen – het was immers een jongensschool – van dokters, architecten en leraren. Hun toekomst leek vanzelfsprekend.
In het midden zat een rij met redelijk goed meefunctionerende leerlingen: kinderen van middenstanders en boeren. En rechts zat mijn rij. ‘De dommen’. Kinderen van arbeiders, stotteraars, dromers en ‘wiebelaars’. We konden niet goed leren, niet goed opletten. Althans, zo luidde het oordeel van het ‘hoofd der school’.
- Die zitplaatsen bleven niet zonder gevolgen. De adviezen voor het vervolgonderwijs sloten grotendeels aan bij de positie in de klas. Er was een duidelijke correlatie tussen het inkomen van de ouders, de plaats van het kind in het lokaal en uiteindelijk het schooladvies. De klas fungeerde als een miniatuurversie van de samenleving.
-
Soms stel ik mezelf de vraag: wat als die rijen er niet waren geweest? Wat als juist de rechtse rij de meeste kansen had gekregen? De beste docenten in het vervolgonderwijs. Een encyclopedie thuis. Meer aandacht. Misschien zelfs een erfenis, welvaart, rust. Wat zou er dan zijn gebeurd?
Daarmee raakt dit aan de vraag die mij al mijn hele leven bezighoudt: is zo’n positionering een terechte inschatting van mogelijkheden, of is het een stempel? Een achterstand. Een oneerlijke start. Is het realisme of is het een tombola?
Niet iedere plaats biedt dezelfde kansen
We weten inmiddels dat zulke vroege positioneringen diep ingrijpen. Ze kunnen beperkend werken, soms verlammend. Denk aan man-vrouwverschillen, aan de wijk waarin je opgroeit, aan de extra stappen die je moet zetten als je structureel te laag wordt ingeschat. Of aan de schade die ontstaat wanneer verwachtingen juist te hoog zijn. Het systeem reproduceert zichzelf. Sociale reproductie is geen abstract begrip, maar dagelijkse praktijk.
Er is bovendien genoeg bewijs dat keuzes die zo vroeg in een kinderleven worden gemaakt, zelden het beste uit kinderen halen. Talent is grillig, ontwikkeling ongelijk, timing allesbepalend.
En ik? Ik heb geluk gehad. Of ik heb er hard voor gewerkt. Waarschijnlijk allebei. Maar bovenal had ik mensen om me heen die mij niet definitief indeelden bij ‘de dommen’. Mensen die zeiden: ‘Probeer het maar. Kijk maar hoe ver je komt.’
- Daarvoor ben ik dankbaar. En precies dat gun ik iedereen.
Het ga u goed. -